Formeel bezwaar tegen de zetelverdeling vastgesteld door de Kiesraad in de vergadering dd. 26 maart 2021.
“
Ik maak bezwaar tegen de voorgenomen zetelverdeling, waarbij, door onjuiste interpretatie van artikel P7 lid 1, meer dan één restzetel wordt toegewezen aan één-en-dezelfde lijst. Dat is in strijd met de democratische beginselen, in strijd met de Grondwet, artikel 53 lid 1 en in strijd met de Kieswet, artikel P7 lid 1.
Het exacte aantal toe te wijzen zetels aan een lijst, volgens voorschrift van Grondwetsartikel 53 lid 1 op de grondslag van evenredigheid berekend, is in het algemeen een niet-geheel aantal. Dat kan niet worden toegewezen. Dan komen voor toewijzing uitsluitend in aanmerking: het naast-lagere gehele aantal zetels en het naast-hogere gehele aantal zetels. Minder dan het naast-lagere gehele aantal zetels en meer dan het naast-hogere gehele aantal zetels voldoen niet aan de evenredigheids-eis van de Grondwet.
De Kieswet volgt die berekening en wijst in eerste instantie met artikel P6 aan elke lijst het naast-lagere gehele aantal zetels toe, ook wel „volle zetels“ genoemd. Voor elke lijst resteert een gedeeltelijke zetel als niet-toegewezen.
De toewijzing van de restzetels is géén tweede-ronde-zetelverdeling maar een voortzetting van de zeteltoewijzing die met artikel P6 werd aangevangen. Hierbij wordt de aan een lijst niet-toegewezen gedeeltelijke zetel alsnog toegewezen als gehele zetel indien die lijst, krachtens het toepasselijke criterium, daarvoor eerder in aanmerking komt dan andere lijsten.
Toewijzing van nóg een extra zetel aan een lijst, die zijn gedeeltelijke zetel reeds als een gehele zetel toegewezen kreeg, is niet evenredig, in strijd met de democratische beginselen en in strijd met de Grondwet.
“