Wat vindt de Grondwet van EERLIJK DELEN?
De basis van onze samenleving is een Democratie. In de Grondwet zijn de kenmerken van een democratie vastgelegd. Daarmee wordt het besturen van die samenleving gebaseerd op EERLIJK DELEN.
Democratie (Grieks: démos kratein, letterlijk: volksheerschappij) is een bestuursvorm, onderscheiden naar directe democratie, waarin persoonlijk wetten en besluiten worden vastgesteld, en indirecte democratie, waarin men zich laat vertegenwoordigen (door bijvoorbeeld parlement of raad).
Deze bestuursvorm gaat uit van ieders gelijkwaardigheid.
In een (indirecte) parlementaire democratie worden bevoegdheden van “het volk” voor een beperkte tijd overgedragen aan vertegenwoordigers van het volk (aangewezen na verkiezingen) om de wil van het volk uit te voeren.
De democratische kenmerken van onze Nederlandse samenleving zijn onder andere vastgelegd in de onderstaande Grondwet-artikelen (enkele kritische termen zijn hier vetgedrukt weergegeven):
“
Artikel 4
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.
Artikel 53
1 De leden van beide kamers worden gekozen op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet gestelde grenzen.
2 De verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming.
Artikel 129
1 De leden van provinciale staten en van de gemeenteraad worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders, tevens ingezetenen van de provincie onderscheidenlijk de gemeente, die voldoen aan de vereisten die gelden voor de verkiezing van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Voor het lidmaatschap gelden dezelfde vereisten.
2 De leden worden gekozen op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen.
3 De artikelen 53, tweede lid en 59 zijn van toepassing. Artikel 57a is van overeenkomstige toepassing.
4 De zittingsduur van provinciale staten en de gemeenteraad is vier jaren, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen.
5 De wet bepaalt welke betrekkingen niet gelijktijdig met het lidmaatschap kunnen worden uitgeoefend. De wet kan bepalen, dat beletselen voor het lidmaatschap voortvloeien uit verwantschap of huwelijk en dat het verrichten van bij de wet aangewezen handelingen tot het verlies van het lidmaatschap kan leiden.
6 De leden stemmen zonder last.
“
Met “gelijkelijk recht” in artikel 4 en “op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging“ in de artikelen 53 lid 1 en 129 lid 2 schrijft de Grondwet concreet EERLIJK DELEN voor.