Hoe het kleinste tekort verandert in het grootste overschot
Indien het toewijzen van restzetels moet plaatsvinden volgens het kleinste zetel-tekort wordt voor elke lijst bepaald hoeveel stemmen deze nog nodig zou hebben om één zetel meer dan het aantal volle zetels dat de lijst kreeg te behalen. Dat doe je zó:
Het aantal stemmen dat nodig is voor één zetel meer dan het aantal volle zetels is:
(AANTAL-VOLLE-ZETELS + 1)
x KIESDELER
Het aantal stemmen dat de lijst in totaal heeft behaald is:
STEMCIJFER
Dus het aantal stemmen dat de lijst tekort komt is:
(AANTAL-VOLLE-ZETELS + 1)
x KIESDELER
– STEMCIJFER
Deze waarde wordt voor alle lijsten bepaald en vervolgens worden de lijsten op de volgorde van klein naar groot gerangschikt.
Maar je kunt die volgorde met minder moeite bepalen:
Uit de staartdeling waarbij het aantal volle zetels van een lijst wordt bepaald is af te leiden dat:
STEMCIJFER =
AANTAL-VOLLE-ZETELS
x KIESDELER
+ OVERSCHOT
Ingevuld in het stemmen-tekort van de lijst, zoals hiervóór berekend, wordt dat:
(AANTAL-VOLLE-ZETELS + 1)
x KIESDELER
– AANTAL-VOLLE-ZETELS
x KIESDELER
– OVERSCHOT
Dat is vereenvoudigd:
KIESDELER – OVERSCHOT
Dus de lijsten moeten op volgorde van deze waarden van klein naar groot worden gerangschikt.
Omdat de waarde van de kiesdeler vast is en voor alle lijsten gelijk is, kan diezelfde volgorde van de lijsten natuurlijk óók worden bepaald door de lijsten te rangschikken op volgorde van:
OVERSCHOT
gerangschikt van groot naar klein
En dát is precies wat in Kieswet-artikel P8.1 wordt voorgeschreven!